zondag 15 april 2018

Paradoxaal recht

Hij probeert een patroon te ontwaren in mijn boekenkast. Dat valt nog niet mee aangezien mijn boeken op hoogte, passend tussen twee planken, geordend zijn. Al pratend ontdekken we toch het organiserend principe: paradoxen van democratie en rechtsstaat. Ik ben er dol op.

1.
Als democratie betekent dat iedereen gelijk is en alle mensen dezelfde vrijheidsrechten hebben, is de hele mensheid een grote gemeenschap en moeten landsgrenzen dus in principe weg. Maar als democratie alleen bestaat bij de gratie van onderlinge solidariteit en gedeelde waarden en normen, moet de staat grenzen bewaken en controleren wie wel en wie geen toegang krijgt. Alle burgers zijn gelijk en een tweederangs burgerschap is niet acceptabel in een democratische rechtsstaat, maar dat impliceert dat niet iedereen toegelaten kan worden (Miller, Strangers in our midst).

2.
Een democratische samenleving leidt tot een verzorgingsstaat waarin de overheid centraal en hierarchisch, want voor iedereen gelijk, de verantwoordelijkheid op zich neemt om zekerheid en zorg te organiseren. Maar dat maakt diversiteit, burgerinitiatieven en variatie kapot, terwijl democratie vooral een kwestie is van actief burgerschap, van gezindte en actie van burgers die zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun welzijn (Kruiter, Mild despotisme).

3.
Een rechtsstaat heeft brede steun van de bevolking nodig, en democratisch bestuur functioneert bij de gratie van compromis en tolerantie, met andere woorden een volk moet in hoge mate verenigd zijn wil een rechtsstaat werken. Maar de instituties en de logica van controle, toezicht, inperking van macht en wantrouwen tegen macht veroorzaken dat er alleen nog krachtige coalities gevormd worden tegen besluiten - met polarisatie en fragmentatie tot gevolg (Rosanvallon, Counter democracy).

4.
Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en algemeen kiesrecht zijn essentiele kenmerken en voorwaarden van de liberale rechtsstaat. Om die rechtsstaat te verdedigen tegen antiliberale partijen, moeten die rechten selectief worden beperkt, namelijk als het om politici gaat die de rechtsstaat af willen schaffen (Rijpkema, Weerbare democratie).

Enzovoort. Mijn annotaties zitten er misschien ver naast, blijft staan dat paradoxen in de democratische rechtsstaat ingebouwd zijn. Dat vind ik fantastisch interessant. Alleen jammer dat ze onoplosbaar zijn en ons dwingen tot moeizaam schipperen en marchanderen met de allerdiepste waarden van een vrije samenleving.